Door een lezer van mijn blog werd ik gewezen op de risico's van sommige grassen voor honden en katten. In haar geval bleef het gelukkig bij een bezoek aan de dierenarts. Als je er niet op tijd bij bent, kunnen de gevolgen veel erger zijn. Een hond kan hierdoor bijvoorbeeld een oog kwijtraken en het is zelfs wel eens voorgekomen dat mensen hun hond moesten laten inslapen.
Ik heb zelf geen huisdieren dus ik was mij totaal niet bewust van dit risico. Omdat veel tuineigenaren wél huisdieren hebben, en jij misschien ook, vond ik dat ik deze informatie moest delen. In dit blog ga ik je daarom uitleggen wat het gevaar is, welke grassen risicovol zijn, welke veilige alternatieven er zijn en wat je verder nog kunt doen om problemen te voorkomen.
Voor de goede orde: niet alleen (uitheemse) siergrassen in tuinen zijn problematisch. Juist de inheemse grassoorten zijn risicovol en die groeien vooral buiten tuinen. Dus ook als je geen siergras in je tuin hebt, is het belangrijk om dit blog te lezen.
Wat is het risico?
Hoe kan een gras nou gevaarlijk zijn voor huisdieren? Het zijn toch geen grazers? Dat zit zo: sommige grassen zijn wat ze in de volksmond 'kruipers' noemen. De zaden van deze grassoorten zijn scherp en hebben kleine weerhaakjes.
Wanneer de aren verdrogen vallen ze uit elkaar in scherpe deeltjes die door hun structuur gemakkelijk in de vacht, poten, neus, oren en ogen van een hond of kat kruipen. Doordat ze spits en scherp zijn, boren ze zich in de huid binnen. De weerhaakjes zorgen ervoor dat het zaad maar één kant op kan, namelijk verder naar binnen.
Zit zo’n grasaar eenmaal in een oor, neus, oog, tussen de tenen of onder de huid, dan verdwijnt hij meestal niet vanzelf. Snel herkennen en volledig verwijderen is belangrijk om pijn, ontstekingen en erger te voorkomen. Honden hebben, doordat ze meer rondsnuffelen, vaker last van kruipers maar ook bij katten komt het voor.
Hoe herken je het en wat moet je doen?
Op de website van
de dierenapotheker vind je meer informatie. Hier wordt beschreven welke symptomen een hond of kat vertoont en wordt uitgelegd wat je in zo'n geval moet doen.
LET OP!
Wanneer het zaad in de oren, ogen of neus zit, is dit altijd spoed. Wacht niet af maar ga direct naar een dierenarts.
Hoe kun je dit voorkomen?
Voorkomen is altijd beter dan genezen. Zeker in dit geval, want dan voorkom je veel dierenleed. Dit kun je doen:
- Zorg dat er in je tuin geen grassen staan die een risico vormen. Hierna lees je welke grassen risicovol zijn.
- Controleer je hond na iedere wandeling, vooral na lopen door struikgewas of hoog gras. Besteed extra aandacht aan de huid tussen de tenen, rond de oren, oksels, liezen en ogen.
- Borstel de vacht regelmatig en houd bij langharige honden het haar tussen de tenen en rond de oren kort.
- In de zomer en nazomer, als het zaad rijp wordt en de aren naar strogeel verkleuren, is het risico het grootst. Zorg dat je hond in deze periode niet door hoog gras loopt.
- Wie zijn hond aangelijnd houdt, voorkomt dat het dier door hoge grassen en in het struikgewas gaat rondstruinen.
- Controleer ook katten in de zomer regelmatig, vooral wanneer ze door hoog gras lopen of vaak in struiken en ruige begroeiing komen.
- Maai het gras in de tuin op tijd (zodat het niet in het zaad schiet) en verwijder grasaren op plekken waar je hond of kat vaak komt.
Welke grassen zijn risicovol?
Wilde grassen zijn het grootste probleem want daarover heb je weinig controle. Een uitheems siergras in je tuin ruim je op en dan ben je er vanaf. Dat geldt niet voor wilde grassoorten. Die groeien overal en kunnen zichzelf uitzaaien. Je vindt ze in natuurgebieden, bermen, plantsoenen, parken en uitlaatstroken maar ook tussen trottoirstenen en in je tuin.
Vanuit allerlei organisaties zoals
de hondenbescherming zijn er oproepen gedaan aan de Nederlandse gemeenten om deze grassen (met name het zogenoemde ‘kruipertje’) te verwijderen. Kansloos volgens mij want dat is onbegonnen werk. Bovendien maken sommige van deze grassen nu eenmaal deel uit van onze inheemse flora.
Heb je een hond of kat, dan is het dus belangrijk om zelf alert te zijn zodat je je huisdier uit de buurt kunt houden van grassen die gevaarlijk zijn. Hieronder vind je een overzicht van de grassen die risicovol zijn met afbeelingen zodat je ze kunt herkennen. Juist op zandgrond komen deze grassen vaak voor, maar je kunt ze overal tegenkomen.
1. Het kruipertje (Hordeum murinum)
Het kruipertje wordt ongeveer 50 cm hoog. Het is de grootste boosdoener van allemaal. Het is een soort wilde gerst. Net als bij gerst (Hordeum vulgare) zijn de aren voorzien van lange kafnaalden.
Niet voor niets wordt dit gras in de volksmond 'het kruipertje' genoemd. Als je een aar van dit dit gras in je mouw stopt, kruipt het vanzelf omhoog. Als kind heb ik dat vaak gedaan. Onschuldig vermaak maar voor honden en katten kunnen de gevolgen heel ernstig zijn.
Het kruipertje groeit vrijwel overal binnen en buiten de bebouwde kom.
2. Dravik soorten (Anisantha/Bromus)
De ijle dravik (Anisantha sterilis)
Een vrij hoog gras (ca. 120 cm) met wijd uitstaande elegant overbuigende grasaren. De zaden hebben extreem lange stijve naalden met miniscule weerhaakjes. Dit gras groeit vooral in bermen, in de randen van akkers, op braakliggende terreinen en tussen struikgewas.
Zachte dravik (Bromus hordeaceus) Dit gras is nauw verwant aan de ijle dravik maar heeft kortere en compactere aren. Zachte dravik kan ongeveer een meter hoog worden. Het valt op door de tamelijk dikke aartjes. Verder is de hele plant zacht behaard waardoor dit gras een wat grijsgroene kleur heeft.
Het is een zeer algemeen gras in onze weilanden. Deze soort groeit vooral in weilanden, graslanden en gazons die niet frequent gemaaid worden.
Zwenkdravik (Anisantha tectorum)Zwenkdravik is een lage soort, ca. 50 cm hoog, met fijne neerhangende aren. De aren zijn sterk vertakt en hangen naar één kant over in één of twee waaiervormige bundels.
Groeit onder meer in de duinen, in spoorbermen, op dijken, braakliggend land, industrie- en haventerreinen, oude muren, tussen straatstenen, op vluchtheuvels, parkeerplaatsen en in bermen.
3. Naaldaar grassen (vossenstaarten)
In de volksmond worden ze vossenstaarten genoemd. Hiermee worden grassen bedoeld uit de Setaria familie. Het is een stekelige grassoort met pijlstaartvormige zaden en langere of kortere borstelharen.
In Nederland en België wordt dit gras beschouwd als een ingeburgerde exoot. Hoewel de aantallen sinds de jaren '90 flink zijn toegenomen, vormt dit gras vooralsnog geen bedreiging voor de biodiversiteit. De soort staat daarom niet op de Unielijst van invasieve exoten wat betekent dat gemeenten niet verplicht zijn om de planten op te ruimen.
In ons land komen verschillende soorten Setaria voor, Ik noem de belangrijkste.
Geelrode naaldaar (Setaria Pumila)
Een wat lagere soort die tot zo'n 75 cm hoog wordt. Het loof heeft een blauwachtige gloed en opvallend lange haren aan de bladbasis. Het meest kenmerkend van dit gras zijn de borstelharen op de aar. Deze verkleuren tijdens de bloei naar goudgeel, oranje of geelrood.
Deze soort is vrij algemeen maar je ziet dit gras vaker in stedelijke gebieden omdat het daar warmer is. Dit gras heeft een voorkeur voor zandgrond. Het groeit op zonnige open en omgewerkte grond zoals op akkers, braakliggend land en industrieterreinen. Binnen de bebouwde groeit het vaak tussen de voegen van de bestrating.
Groene naaldaar (Setaria viridis)
Dit gras kan behoorlijk hoog worden (tot zo'n 1,5 meter). Het heeft een compacte aar die bezet is met opvallend lange borstels (naalden). De kleur van de borstels varieert van wit tot heldergroen. Het loof heeft vaak een witte of paarsachtige streep over het midden.
Het is een zeer algemene soort die je overal kunt tegenkomen. Je vindt dit gras vooral op zonnige, droge en matig voedselrijke plekken. Denk aan wegranden, bermen, de randen van akkers en moestuinen, braakliggende terreinen en tussen de voegen van stoeptegels.
Kransnaaldaar (Setaria verticillata)
De kransnaaldaar kan tot een meter hoog worden en heeft een aar die er wat minder compact uitziet dan bij de twee eerder genoemde Setaria soorten. De aar voelt heel ruw aan en blijft heel gemakkelijk kleven aan kleding of de vacht van een dier.
Deze soort is in de afgelopen 10 jaar flink in aantal toegenomen en is nu, met name in agrarische gebieden, heel algemeen. Je vindt dit gras vooral in en rondom maisakkers. Dit gras houdt van warmte en profiteert van de klimaatverandering. Daardoor duikt het ook steeds vaker op binnen de bebouwde kom.
Kafnaalden en borstels
Wanneer je de risicovolle grassen bekijkt, dan zie je een belangrijke rode draad. Het gaat steevast om grassen met kafnaalden of borstels.
Kafnaalden werken als een soort klittenband. Wanneer een dier langs de plant loopt, haken kleine weerhaakjes in de vacht of de veren. Het dier neemt het zaad op die manier onbewust mee naar andere plekken. Dit is een trucje van moeder natuur om het gras te helpen om nieuwe leefgebieden te koloniseren.
In het beste geval blijft de kafnaald even aan de vacht hangen om er verderop weer af te vallen. In het slechtste geval prikt de naald in de huid, ogen, neus of oren van de hond en zorgen de weerhaakjes ervoor dat deze zich steeds verder naar binnen werkt.
De borstels van de Setaria grassen zijn botanisch gezien geen kafnaalden maar het werkt op dezelfde manier. Kafnaalden en borstels zie je bij inheemse grassen maar ook bij sommige siergrassen.
Risicovolle siergrassen
De meeste siergrassen zijn niet risicovol maar er is één soort die ronduit berucht is. Dit was ook de boosdoener bij de lezer die mij benaderde over dit probleem. We hebben het dan over het Mexicaans vedergras, Nassella tenuissima 'Ponytails'. Misschien beter bekend onder de oude naam Stipa tenuissima 'Ponytails'.
Dit gras bloeit met ragfijne pluimen die er zacht en aaibaar uitzien. Maar vergis je niet, de zaden hebben spitse kafnaalden. In gedroogde toestand zijn die naalden hard en scherp waardoor ze zich gemakkelijk in de huid van een dier kunnen boren.
Heb je huisdieren, dan kun je dit gras beter niet planten. Een veilig alternatief is bijvoorbeeld: Molinia caerulea 'Heidezwerg', Festuca glauca of een van de vele Carex soorten. Dit zijn grassen zonder kafnaalden die vrij laag blijven. Ik zou zelf in dit geval voor 'Heidezwerg' kiezen.
Als je je 'Ponytails' verwijdert, spit dan meteen ook de grond een keer om. Anders kunnen er zaden op de grond blijven liggen die alsnog in de neus van je hond terecht kunnen komen.
 |
| Nassella tenuissima 'Ponytails' lijkt zo zacht |
Verder heb ik op internet weinig informatie gevonden over siergrassen die kruipen. De AI van Google noemt ook het lampenpoetsergras (Pennisetum alupecuroides) en het reuzenvedergras (Stipa gigantea). Ik heb echter geen bevestiging van een dierenarts o.i.d. kunnen vinden dat deze grassen in de praktijk ook echt problemen opleveren.
Stipa gigantea heeft echter kafnaalden en het lampenpoetsergras heeft borstels. Ik geloof dat ik er maar liever geen risico mee zou nemen als ik een huisdier had. Veilige alternatieven zijn bijvoorbeeld
Molinia (het pijpenstrootje), Panicum virgatum (vingergras), Schizachyrium scoparium (klein prairiegras) en
Miscanthus sinensis (prachtriet).
Bewaar op Pinterest:
Tip
Bij Tuinplant.nl kun je je siergras gemakkelijk online bestellen!
Ook interessant
Abonneren
Vond je dit blog nuttig? Abonneer jezelf dan gratis op mijn nieuwsbrief. Je ontvangt dan een bericht wanneer er een nieuw blog is verschenen (1 of 2 keer per maand met een pauze in december). Je hoeft niet bang te zijn dat ik je ga spammen met reclame!

Dit blog bevat affiliate links. In mijn privacy statement wordt uitgelegd wat dit betekent.