Blog over een tuin en tuinieren op droge zandgrond ("klapzand"). Lees hier hoe je arme zandgrond kunt verbeteren, welke tuinplanten geschikt zijn voor droge grond en hoe je je tuin droogtebestendig maakt.
Waarom bloeien mijn narcissen niet meer? (8 oorzaken)
Link ophalen
Facebook
X
Pinterest
E-mail
Andere apps
De narcis wordt in het Nederlands ook wel paaslelie genoemd. Een naam uit lang vervlogen tijden toen de winter in Nederland nog iets voorstelde en de narcis inderdaad pas rond Pasen zijn opwachting maakte. Nu bloeien narcissen soms al in februari. Ik vind het niet erg, het voorjaar kan mij niet vroeg genoeg beginnen 😃.
Als je in het najaar narcissen plant, weet je zeker dat je in het volgende voorjaar kunt genieten van de bloemen. De narcis heeft alles wat hij nodig heeft in z'n bol opgeslagen. Ik heb nog nooit meegemaakt dat ik het eerste jaar geen bloemen had.
Maar als de bollen al wat langer in je tuin staan, kan het gebeuren dat de bloei elk jaar minder wordt. Tot er alleen nog maar wat loof verschijnt. De Engelsen hebben hiervoor de term 'Daffodil blindness' bedacht. In onze tuin op "klapzand" gebeurde dit met vrijwel alle narcissen die we plantten. Tijd dus om eens uit te zoeken waardoor dit komt en hoe je het kunt voorkomen.
8 oorzaken waarom narcissen niet bloeien
De bollen waren te oud;
De standplaats is niet goed;
De bollen zijn te ondiep geplant;
Het loof is te vroeg afgeknipt;
De grond is te droog;
De bollen worden in de zomer te warm;
Er staan teveel bollen bij elkaar;
Ziekten en plagen.
Narcissus jonquilla 'Sailboat'
1. De bollen waren te oud
De ideale tijd om te planten is eind augustus - begin september. Bollen die veel later geplant worden, presteren uiteindelijk slechter omdat ze te lang boven de grond hebben gelegen en daardoor te ver ingedroogd zijn. Dit gaat ten koste van de reserves waardoor de bol meteen al met een achterstand begint.
Ook kunnen bollen last krijgen van bewaarrot als ze te lang boven de grond liggen. De bol vertoont dan rotte/schimmelige plekken. Deze slechte bollen moet je niet planten maar afvoeren via het huisvuil (gooi ze niet op de composthoop).
2. Niet de juiste standplaats
Narcissen staan het liefst in de zon. De grond moet voedzaam en doorlatend zijn. Arme, vaste of drassige grond is ongeschikt.
Het is verleidelijk om even snel met de bollenplanter een gat te maken en daar de bol in te laten vallen, maar dit geeft niet het beste resultaat. Maak de grond eerst los. Meng er flink wat bladaarde of compost doorheen. Voeg na het planten wat mest toe, zeker als je op arme grond tuiniert. Maar niet teveel want overbemesting is ook slecht voor de bloei. Je kunt hiervoor een standaard tuinmest (zoals Culterra) gebruiken.
3. De bollen zijn te ondiep geplant
Narcissen moeten diep genoeg geplant worden. Drie keer de hoogte van de bol (10 tot 15 cm) is de juiste diepte. Narcissen die te ondiep gezet zijn maken veel broedbolletjes die allemaal te klein zijn om te bloeien. Het resultaat is veel loof en weinig bloemen.
Je ziet dit vooral wanneer je in voorjaar bollen in potjes koopt en die in de tuin uitplant. Die bollen staan in de pot vrijwel bovenop de grond. Zorg dus dat je een plantgat maakt dat diep genoeg is. Ook als dat betekent dat daarbij het loof gedeeltelijk in de grond verdwijnt.
4. Het loof is te vroeg afgeknipt
Uitgebloeide bloemen kun je het beste direct na de bloei wegknippen. Dat is goed omdat de plant anders veel energie gaat steken in het aanmaken van zaad wat ten koste van de bol gaat.
Maar het loof is een ander verhaal. De narcis moet na de bloei nieuwe reserves aanmaken. Die worden opgeslagen in de bol. Daarvoor is het belangrijk dat er fotosynthese kan plaatsvinden. Als je het loof kort na de bloei afknipt, gebeurt dat niet want zonder bladgroen is er geen fotosynthese. Je mag het loof op zijn vroegst zes weken na de bloei afknippen. Nog beter is om het loof helemaal niet af te knippen maar gewoon af te laten sterven.
Sommige tuiniers knopen het afstervende loof in elkaar zodat het er wat minder slordig uitziet. Dit is geen goed idee want daarmee beperk je ook de fotosynthese.
5. De bollen hebben last van droogte
Narcissen houden van doorlatende grond maar niet van droge grond. In het groeiseizoen mogen de bollen zeker niet te droog staan. Vermijd daarom de droge plekken onder bomen en heesters en verbeter de grond door in het voorjaar een laag mulch aan te brengen.
Bollen die door droogte te vroeg afsterven, krijgen niet genoeg tijd om reserves voor het volgende jaar op te bouwen waaruit de nieuwe bloemen gevormd worden. In een droog voorjaar moet je daarom water blijven geven tot het loof van nature begint af te sterven.
De botanische narcis, Nacissus triandrus 'Hawera'
6. De bollen worden in de zomer te warm
Tijdens de zomermaanden moet een narcisbol zo koel mogelijk blijven. Plant ze dus niet op plaatsen in de volle zon waar de grond tijdens de zomermaanden flink opwarmt. De ideale plaats is een (halfschaduw) border met vaste planten die de zon afschermen.
Je kunt narcissen ook in het gras planten maar zorg dan wel dat je niet te vroeg maait en dat je een soort kiest die hiervoor geschikt is. Niet alle narcissen groeien goed in gras. De Engelse RHS raadt de volgende soorten aan: 'Peeping Tom', 'Fortune' en 'February Gold'.
7. Teveel bollen bij elkaar
Bollen die te dicht op elkaar staan, gaan steeds slechter bloeien. Deze situatie ontstaat als zich in de loop van de tijd steeds meer broedbolletjes gaan vormen. Het is dan dringen geblazen en er is niet meer genoeg voedsel voor de bollen om zich goed te ontwikkelen.
Als dat gebeurt kun je de bollen in het najaar oprooien. Verbeter de grond door er wat dood blad en/of compost doorheen te werken en plant de bollen terug waarbij je een afstand van 5 tot 7,5 cm aanhoudt. Voeg na het planten wat mest toe, zeker als je op relatief arme grond tuiniert. Maar niet teveel want overbemesting is ook slecht voor de bloei. Je kunt hiervoor een standaard tuinmest (zoals Culterra) gebruiken.
8. Ziekten of plagen
Narcissen kunnen last hebben van ziekten die luisteren naar welsprekende namen zoals bolrot of zwartsnot. Ook zijn er insecten zoals de kleine en grote narcisvlieg die het op je narcissen voorzien hebben. Narcissen die last hebben van ziekten of plagen zullen steeds slechter presteren.
Narcissen op droge zandgrond
Ik schreef het hiervoor al, in onze tuin op "klapzand" zijn veel narcissen geen blijvertjes. In de zonnige borders wilde tot nu toe geen enkele narcis in het tweede jaar opnieuw bloeien. Maar in onze halfschaduw border komen de mini-narcissen 'Tête-à-Tête' en 'Jetfire' elk jaar goed terug. Jetfire heeft oranje trompetjes. Ook de grootbloemige 'Carlton' heeft hier jaren achtereen goed gebloeid.
De meer bijzondere soorten die ik tot nu heb gehad, lieten het na het eerste jaar allemaal afweten. Het probleem is ongetwijfeld dat veel narcissen niet dol zijn op droge grond maar ik heb helaas niet beters te bieden.
In onderstaand filmpje (14 minuten, Engelstalig) van het YouTube kanaal "The middleseized garden", delen twee Narcis-specialisten van Hever Castle & Gardens hun kennis.
Hever Castle was het thuis van Anna Boleyn, de onfortuinlijke echtgenote van Hendrik VIII die jammerlijk haar hoofd verloor op het hakblok van de beul. Ook in haar tijd bloeiden hier elk voorjaar vele honderden narcissen!
Vond je dit blog nuttig? Abonneer jezelf dan gratis op mijn nieuwsbrief. Je ontvangt dan een bericht wanneer er een nieuw blog is verschenen (1 of 2 keer per maand met een pauze in december). Je hoeft niet bang te zijn dat ik je ga spammen met reclame!
Dit blog bevat affiliate links. In mijn privacy statement wordt uitgelegd wat dit betekent.
Jij hebt ze vast ook in jouw tuin: van die lastige plekken waar niks wil groeien. Omdat het er te donker is, te droog is, of (horror 😱), allebei. Plekken waar geen zonlicht komt, waar geen regen valt, of waar de grond zo doorworteld is dat je er met goed fatsoen geen schop in de grond krijgt. Wat je er ook plant, het enige resultaat is zieltogende planten die al na enkele weken de geest geven. In de loop der jaren heb ik, met veel vallen en opstaan, een aantal planten ontdekt die deze uitdagende omstandigheden aankunnen. Die niet alleen min of meer in leven blijven, maar die zich ook op langere termijn staande weten te houden. In dit blog ga ik ze met jullie delen. 1. Aster ageratoides 'Asran' (herfstaster) Veel asters hebben een nieuwe naam gekregen en heten nu Symphyotrichum in plaats van Aster. De AI van Google vertelt mij dat alleen de Noord-Amerikaanse soorten zijn omgedoopt naar Symphyotrichum. Aster novi-belgii heet nu bijvoorbeeld Symphyotrichum novi-belgii. De soo...
Regelmatig wordt mij gevraagd wat mijn favoriete vaste plant is. Een moeilijkere vraag kun je me bijna niet stellen. Ik heb heel veel vaste planten in mijn tuin en allemaal hebben ze wel iets waardoor ze bijzonder zijn. Bijna alsof je een moeder vraagt naar haar favoriete kind... Tenslotte bedacht ik een ezelsbruggetje. Stel dat ik zou verhuizen naar een huis met een veel kleinere tuin, welke vaste planten zou ik dan absoluut mee willen nemen? Na lang nadenken en veel twijfelen, kom ik tot onderstaand lijstje. Het zijn allemaal planten die niet alleen mooi zijn, maar ook aantrekkelijk voor insecten en geschikt voor de droge zandgrond waarop ik tuinier. 1. Agastache 'Blue boa' (dropplant, anijsnetel) Waarom? Agastache is een geweldige borderplant die lang bloeit en veel droogte verdraagt. Het is dus de ideale plant voor een zonnige tuin op zandgrond. Het loof verspreidt een sterke anijsgeur als je het aanraakt. Vandaar de Nederlandse naam anijsnetel. Je moet houden v...
Ik val er elk najaar weer voor en jij waarschijnlijk ook! Niets is verleidelijker dan een vaste plant die volop staat te bloeien terwijl de rest van je tuin dor en bruin is. Ik heb het dan natuurlijk over de Helleborus, een plant die in de winter bloeit met grote klokvormige bloemen boven glanzend wintergroen blad. Daar zou je toch een moord voor doen? Niet voor niets is de Helleborus Nederlands meest verkochte tuinplant. De Helleborus is geen goedkope plant. Je telt in het tuincentrum al gauw vijftien Euro neer voor een mooi exemplaar. Zeldzame cultivars kosten een veelvoud daarvan. De reden is dat een Helleborus die uit zaad wordt opgekweekt, drie tot vijf jaar nodig heeft om goed te bloeien. De prachtige bloeiende plant die je in het tuincentrum koopt is dus al een aantal jaren oud. Veel cultivars zijn hybriden die niet uit zaad gekweekt kunnen worden. Deze planten moeten vermenigvuldigd worden door middel van weefselkweek, een relatief duur en tijdrovend proces. Als je e...
Geen plant waarover zoveel broodje aap verhalen de ronde doen als over de Agapanthus (Kaapse lelie). Een korte bloemlezing: Agapanthus moet je planten in een te kleine pot; Agapanthus moet je weinig water geven; Agapanthus moet je niet bemesten; Agapanthus moet je niet verpotten. Dat is natuurlijk de droom van iedere tuinier: een plant die je totaal kunt verwaarlozen en die jou voor die abominabele behandeling beloont met een overdaad aan bloemen. Zoals ze ook op marktplaats zeggen: als het te mooi klinkt om waar te zijn, is het ook niet waar. Agapanthus is beslist geen moeilijke plant maar hij heeft wél verzorging nodig. Wij besloten bovenstaande "wijze" raad dus onder onze zolen te lappen en werden daarvoor dit jaar beloond met maar liefst dertig bloemen per plant! Hoe je een Agapanthus wél verzorgt Hoe wij onze Agapanthus dan wel verzorgen? We hebben vorig jaar onze Agapanthus africanus, die te groot werd voor zijn pot, in tweeën gescheurd ...
Onze Japanse esdoorn op stam (Acer palmatum 'Dissectum Atropurpureum') is nog steeds de duurste plant die ik ooit gekocht heb. Meer dan negentig gulden telde ik er ruim twintig jaar geleden voor neer. Zonder blikken of blozen, terwijl ik normaal gesproken toch niet met geld smijt. Het bleek een goede investering want hij steelt nog steeds de show in onze tuin. Het is ook de enige plant die vanuit onze vorige tuin is meeverhuisd. Normaal gesproken is dit type esdoorn een wat vormeloze struik met afhangende takken die meer in de breedte dan in de hoogte groeit. Een trage groeier die, na héél veel jaren, uiteindelijk een hoogte bereikt ruim anderhalve meter. Geen plant voor ongeduldige tuiniers! De mijne is door de onderstam een stuk hoger geworden en heeft een fraaie parasolachtige vorm. Het blad is donkerrood en diep ingesneden (dissectum wil zeggen fijn verdeeld). De gevleugelde nootjes die erin komen (samara's noemen ze die) zijn ook donkerrood. In het najaar verkleurt h...
Met droge grond leer je omgaan. Na verloop van tijd weet je welke planten wel of niet geschikt zijn. Ook schaduw hoeft geen probleem te zijn. Er zijn genoeg planten die met enkele uurtjes zonlicht per dag prima uit de voeten kunnen. Maar droogte en schaduw gecombineerd beperkt je keuze qua planten behoorlijk. Zo'n plek hebben wij onder onze notenboom achter in de tuin. De boom, die mijn man ooit als zaailing vond en achter in onze tuin plantte, heeft in vijftien jaar tijd een flinke omvang bereikt. Dat betekent schaduw (wat heerlijk is op de warme dagen) maar ook droogte. Veel droogte! Pas op voor de regenschaduw Grote bomen veroorzaken namelijk een "regenschaduw". Doordat regen schuin naar beneden valt (tegen de kroon van de boom), blijft het deel van de tuin daarachter droog. Ook wanneer het wél regent. Die regenschaduw is vaak groter dan je denkt. Daarnaast wordt de kruin op den duur zo dicht dat steeds minder water de grond bereikt. Sommige bomen zijn ook behoor...
Ik denk niet dat ik overdrijf als ik zeg dat Piet Oudolf de meest geliefde landschaps- en tuinontwerper van de afgelopen vijftig jaar is. Zijn geheim? De planten! Oudolfs tuinen zijn uniek door hun beplanting die grotendeels bestaat uit vaste planten en siergrassen met een natuurlijke uitstraling. Het zijn tuinen die in alle seizoenen iets te bieden hebben. Zelfs in de winter ! Piet Oudolfs plantenlijst Een wijd verbreid misverstand is dat er ergens een (geheime) plantenlijst bestaat waarmee je moeiteloos je eigen Oudolf tuin in elkaar knutselt. Als er al zo'n plantenlijst bestaat, dan zit die waarschijnlijk alleen in het hoofd van Oudolf. Door tientallen jaren van onderzoek en experimenteren, heeft hij zo'n omvangrijke plantenkennis opgebouwd dat die zich niet zomaar laat vangen in een simpele lijst. Hoe het dan wel werkt? De omgeving is bij Oudolf altijd het uitgangspunt. Bij het ontwerpen van de New York Highline (een park op een verhoogde spoorlijn) liet hij...
De tuinen van Piet Oudolf zijn open en zonnig. De meeste vaste planten die hij verwerkt in zijn ontwerpen, zijn dan ook alleen geschikt voor een plek in de volle zon of hooguit de halfschaduw. Maar wat als je tuin niet zo zonnig is? En wat te doen met de schaduwhoeken die vrijwel elke tuin heeft? Ook daaraan is gedacht! In zijn boek "Droomplanten" heeft Oudolf ook een aantal planten voor schaduwrijke plekken opgenomen. In dit blog bespreek ik er zes maar in zijn boek staan er nog meer. Ik heb daarbij gekozen voor de echte schaduwplanten. Deze planten kunnen met bijzonder weinig licht toe. Ze hoeven niet meer dan zo’n 3 uur zon per dag te krijgen in de zomer. Ze kunnen het grootste deel van de dag in de schaduw staan en zullen het desondanks naar hun zin hebben. Actaea (zilverkaars, Cimicifuga) Schaduwplanten zijn meeestal geen showstoppers. Een enkele uitzondering daargelaten, zijn het bescheiden planten die in het donker onopvallend hun ding doen. Actaea is de ...
Tuinieren hoeft niet altijd te betekenen dat je hard moet werken. Soms kun je de natuur het werk voor je laten doen. Spreekt die gedachte jou wel aan? Dan is dit blog voor jou! Een aantal jaren geleden besloten wij dat onze tuin een op het werk van Piet Oudolf geïnspireerde, vaste plantentuin moest worden. Alleen maar vaste planten en siergrassen dus. Toch staan er nog steeds een- en tweejarige zelfzaaiers in mijn tuin. Elk jaar opnieuw neem ik mij voor dat ze moeten verdwijnen maar als het dan weer voorjaar is, heb ik het hart niet om ze uit te trekken. Dus sieren vergeet-mij-nietjes, vingerhoedskruid, slaapmutsjes, prikneuzen, goudsbloemen en eenjarige spoorbloemen nog altijd onze borders. Sinds vorig jaar is daar het slangenkruid (Echium vulgare) zelfs nog bijgekomen. Eerlijk gezegd denk ik niet dat ze ooit helemaal zullen verdwijnen uit onze tuin. Wat zijn zelfzaaiers? Zelfzaaiers zijn planten die, zonder dat jij daar iets voor hoeft te doen, zichzelf via zaad verspreide...
Stipa tenuissima 'Ponytails' kun je ook tegenkomen onder de naam Nassella tenuissima 'Ponytails'. Botanisten hebben de naam nog niet zo lang geleden veranderd van Stipa naar Nassella. De Nederlandse naam is Mexicaans vedergras. Het is een prachtig siergras met ragdun loof en strogele, op haar gelijkende zachte aren die op het minste zuchtje wind bewegen. Eigenlijk ben ik dol op het Mexicaans vedergras. Veel siergrassen komen in het voorjaar maar langzaam op gang, maar dat geldt niet voor het Mexicaans vedergras. Het frisgroene loof begint al vroeg in het voorjaar te groeien. Als Molinia, Miscanthus, Panicum virgatum en Pennisetum en er zelfs nog niet over piekeren om in actie te komen, heeft Stipa tenuissima al een flinke pluk frisgroen loof. Het is bovendien een gras dat zich prachtig laat combineren met allerlei bloeiende planten. Stipa tenuissima is op zijn best aan het einde van het voorjaar. De geelgroene kleur staat heel mooi bij de Salvia's die rond dezelf...